De laatste keer

Vandaag sta ik precies voor de honderdste keer op de pont te wachten. Een bijzonder moment. Het toeval wil dat deze jubileumdag ook het einde van een tijdperk inluidt: het is de laatste dag dat ik in Noord werk. Ik voel een mengeling van blijdschap en teleurstelling. Het is fijn dat ik na vandaag een uur minder reistijd heb per dag, maar de zingeving die ik aan de reistijd gaf door het schrijven van de heen-en weerberichten heeft me ook veel plezier gegeven. Reistijd blijf ik houden. En naar zingeving blijf ik altijd op zoek. Dus ook al hoef ik vanaf volgende week minder ver te fietsen: ik blijf kijken en ik blijf schrijven. En hopelijk blijft mijn moeder lezen.

Water

Ik wilde met mijn fiets aan de hand aan boord gaan van de pont. Maar opeens was de pont een klein bootje, een soort lelievlet. En er was geen klep, ik moest vanaf de steiger met fiets en al op het voordek stappen. Eigenlijk wist ik bij voorbaat al dat het niet zou gaan lukken. Ik viel in het ijskoude water. Mijn grootste zorg was dat ik mijn fiets zou kwijtraken, dus hield ik het stuur krampachtig vast. Ik realiseerde me dat ik dan als een baksteen naar de bodem zou zinken, maar dat had ik blijkbaar over voor mijn fiets. Toen ik bijna stikte, schrok ik naar adem happend en met een bonkend hart wakker. Het was gelukkig maar een droom. De pont was geen raar klein bootje, maar mijn bed, en ik lag niet in ijskoud water, maar onder mijn warme deken. En mijn fiets, die stond droog en veilig in de berging.

Zingen

Ik haalde op de Jan Evertsenstraat een vader met twee zoontjes in. Eerst fietste ik langs het ene zoontje, hij fietste een stukje achter zijn vader en was zachtjes aan het zingen. Heel schattig vond ik het. Toen ik langs de vader fietste die het andere jongetje achterop de fiets had, hoorde ik dat jongetje ook zingen. De vader vroeg: ‘Ben je lekker aan het zingen mannetje?’.Hoe is het mogelijk, vroeg ik me af, dat dit complete gezin op dit uur als zo vrolijk is. Het werkte gelukkig voor mij wel aanstekelijk.

Huilen

Op de pontsteiger kwam een huilend kind mij op een loopfietsje tegemoet. Het zag er behoorlijk idioot uit. Ik probeerde te bedenken wat het tafereel nou zo belachelijk maakte. Ik weet zeker dat huilend steppen of fietsen minder raar zou zijn. Misschien omdat je dan kracht moet zetten met je benen, waardoor je het huilen nog als frustratie zou kunnen opvatten. Ik probeerde te bedenken of dit voor volwassenen ook geldt: is huilen in de auto gekker dan huilen op de fiets? Ik stond er tijdens het wachten op de pont een tijdje over na te denken en kwam tot de conclusie dat huilen op een Segway waarschijnlijk de volwassen variant is van wat ik net had gezien. En ja: dat zou er zeker ook idioot uitzien.

Fluiten

Ik werd onderweg ingehaald door een man op de fiets die heel hard een liedje uit het computerspel Super Mario aan het fluiten was. Ik had gelijk een hartgrondige hekel aan hem. Waarom zou je op de vroege ochtend al zoveel overlast willen veroorzaken? Helaas was het kwaad direct geschiedt: ik had het liedje nu ook in mijn hoofd. Niet veel later betrapte ik mezelf erop dat ik het liedje hardop aan het neuriën was. Ik was binnen tien minuten veranderd in de persoon die ik nota bene zelf zo verachtte.

Regenpak

Afgelopen week heeft het veel geregend en dan ben ik ontzettend blij dat ik een paar jaar geleden heb geïnvesteerd in een goed regenpak. Ik heb het gekocht in de periode vlak nadat ik flink was afgevallen. Ik weet nog heel goed hoe blij ik was dat de verkoopster naar me keek en vroeg: ‘je draagt zeker maat S?’ Regenpakken hebben natuurlijk geen sexy imago, en ik wil ook zeker niet beweren dat dit pak mijn mooiste outfit is. Toch heb ik in geen enkele andere outfit meer complimenten gekregen over mijn lijn dan in dit regenpak. Dat is dan wel een schrale troost als het rotweer is: het kleedt goed af.

Mijmeren II

Zoals ik laatst schreef, ben ik gestopt met het fietsen met oordopjes in om meer te kunnen mijmeren. Ik had het nooit verwacht, maar het bevalt me eigenlijk ontzettend goed. Ik bedenk teksten voor liedjes, doe zangoefeningen en laat mijn gedachten gewoon een beetje voortkabbelen. In het Sloterpark zag ik een man op een bankje zitten en voor zich uit staren. Dat is de volgende stap om naar toe te werken. Op een bankje gaan zitten om na te denken. Dat wordt mijmeren 2.0.

Regels II

Toen ik in Noord ging werken, heb ik direct regels opgesteld om het gebruik van de auto aan banden te leggen. Ik kan redelijk in de buurt van het kantoor gratis parkeren, dus de verleiding om snel en makkelijk even met de auto te gaan is altijd aanwezig. Vooral als het slecht weer is. Ik mag van mezelf alleen met de auto onder de volgende voorwaarden: ik ben ziek, het is door sneeuw en ijzel te glad om te fietsen of het waait code-rood-hard. Vandaag heb ik er toch nog één nieuwe uitzondering aan toegevoegd waarvan ik zeker weet dat dit niet tot overmatig autogebruik gaat leiden: ik mag ook met de auto als ik jarig ben.

Verkouden

Qua fietsweer was het deze week geen pretje. Veel regen, wind, het is echt weer herfst. En ik werd ook nog verkouden. Toch maakte ik daardoor wel een bijzondere ervaring mee. Ik moest heel hard niezen toen ik voor een stoplicht stond te wachten; precies op dat moment sprong het stoplicht op groen. Het was fantastische sensatie waarvan ik hoop dat iedereen die toch minstens één keer in zijn leven mag meemaken. Het zijn de kleine geluksmomenten die het leven ondanks alles toch de moeite waard maken.

Vriendin

Wat moet je doen als je ’s ochtends onderweg een vriendin tegenkomt? Eigenlijk wil je remmen, afstappen, je armen om haar heen slaan en gezamenlijk kirrend en springend van plezier vieren hoe toevallig het is dat het universum jullie zomaar op elkaars pad bracht op een doodnormale dinsdagochtend in september. Maar je moet de pont halen. Dan roep je maar heel vrolijk ‘hey!’ en zwaai je zo hard je kan. En later draai je je nog even om, en dan het geluk dat zij dat ook doet, en dan nog een keer heel hard zwaaien.