De eenzame fietser II

Als je een lied in je hoofd hebt, helpt het soms om het dan maar even op te zetten en mee te zingen; vooral het liedje helemaal tot het eind afluisteren schijnt een effectieve manier te zijn om ervan af te komen. Ik luisterde dus maar een keer naar de eenzame fietser maar vond het lied zo mogelijk nog vervelender worden. Niet alleen vanwege het pedante toontje waarmee hij zingt dat hij wel lekker tevreden binnen zit (heel fijn voor je Boudewijn!) maar vooral omdat ik opeens goed naar de tekst ging luisteren. ‘Als hij maar geen voetballer wordt, ze schoppen hem misschien half dood. (…) Maar liever dat nog dan het bord voor zijn kop van de zakenman.’ Ja Boudewijn? Heb je dat liever? Ik ben erg benieuwd waarom. ‘Want daar wordt hij alleen maar slechter van.’ Oh, ok, nee inderdaad. Geen speld tussen te krijgen.
Ik zag het al helemaal voor me: iemand komt op ziekenbezoek in het ziekenhuis waar de zoon van Boudewijn in coma ligt vanwege een incident op het voetbalveld, en dat hij dan zegt: ‘ik kan alleen maar dankbaar zijn dat het een coma is, de zoon van de buurman is gisteren afgestudeerd aan de Nyenrode Business Universiteit. Vreselijk, vreselijk!’

Updated:

De eenzame fietser

Al sinds ik klein ben, heb ik last van een fenomeen dat ik ‘the Human Jukebox’ noem. Je hoeft bij mij maar op een knopje te drukken en er begint een liedje, dat vervolgens de hele dag in mijn hoofd blijft hangen. Het werkt ook heel associatief. Laatst had ik bijvoorbeeld het liedje ‘how deep is your love’ in mijn hoofd. Dat kwam omdat er iemand in ons kantoor aan een collega vroeg: ‘hoe diep is die muur?’  Op de fiets gebeurde er vanochtend ook zoiets: ik was me eenzaam en kromgebogen tegen de harde wind een weg aan het banen. Alsof dat op zich al niet erg genoeg was zat ik vervolgens de rest van de dag met dat vreselijke lied van Boudewijn de Groot in mijn hoofd.

Updated:

Vol

De pont die ik ‘s ochtends altijd neem, om tien voor negen, is altijd druk. Vanochtend zelfs zo druk dat er iemand aan de kade bleef staan omdat hij er niet meer op paste met zijn fiets. Althans, dat dacht hij. Uiteraard past één iemand met een fiets er heus nog wel bij als iedereen een beetje opschuift. Aangezien ik zelf bij de laatsten hoorde die op de pont kwamen en ik te druk bezig was mezelf en mijn fiets nog ergens tussen te prakken, had ik pas laat in de gaten dat hij achterbleef. Ik vond het sneu maar ook wel een beetje zijn eigen schuld want op de kade blijven staan is sowieso niet handig. Als je in elk geval op de klep staat, maak van jouw probleem een gezamenlijk probleem; zo lang de klep niet dicht kan, gaat niemand naar de overkant. Op de klep ben je eigenlijk buutvrij.

Updated:

knieën

Soms is er achteraf heel duidelijk het punt aan te wijzen waarop je een cruciale fout beging. Die van vandaag was dat ik op de pont terug naar huis dacht: ‘ik heb geen zin om nu mijn regenbroek helemaal uit mijn tas te halen en aan te trekken, ik heb een regenjas aan, zo hard zal het toch niet gaan regenen? ’Nou, dat heb ik geweten. Het regende namelijk ongelooflijk hard. Zo hard dat ik nu weet dat wij waarschijnlijk teveel wasmiddel gebruiken want ik had tegen de tijd dat ik in het Sloterpark fietste schuim op mijn beide knieën staan.

Updated:

Handschoen

Ik kwam tot de ontdekking dat ik een handschoen was kwijtgeraakt. Dan verlang ik toch terug naar de tijd dat mijn moeder mijn handschoenen aan de uiteindes van een lang stuk elastiek vastmaakte zodat ze altijd uit mijn mouwen bungelden als ik ze niet aanhad. Maar het goede nieuws is wel dat het ernaar uit ziet dat ik ze voorlopig ook niet meer nodig heb. Dus van alle dagen om een handschoen kwijt te raken was dit wel een hele goede.

Updated:

Supermarkt

In de Albert Heijn hoorde ik boven de podcast uit – die ik met mijn oortjes aan het luisteren was- hoe een moeder haar kind in het gareel probeerde te houden. Opeens realiseerde ik me dat ik eigenlijk nooit kinderen op de pont zie, alleen af en toe baby’s in een bakfiets, maar verder zijn het bijna alleen volwassenen. Kinderen hoeven blijkbaar het IJ nog niet zo vaak over te steken. Een ander inzicht dat ik kreeg door deze moeder en haar dochter Olivia, is dat het bijna nooit een goed teken is als je in de supermarkt snel weet hoe een kind heet. Als een naam vaak gebruikt wordt, is dat toch vaak in zinnen als: ‘nee Olivia, leg terug’ ‘Olivia, waar ben je?’ ‘Olivia, rustig aan met dat karretje!’.

Updated:

Make up

Ik zag een vrouw zichzelf opmaken op het achterdek van de pont. Het fascineert me dat iemand het dus blijkbaar niet erg vindt om zonder make up in de openbare ruimte te zijn, en het ook niet erg vindt dat iedereen kan toekijken hoe ze zichzelf opmaakt, maar het wel dusdanig belangrijk vindt om opgemaakt op haar bestemming te arriveren, dat ze haar toilettas ervoor meeneemt.  Net als dames met zo’n regenkapje om hun permanentje tegen de regen te beschermen: je vindt het blijkbaar belangrijk dat je haar er goed uitziet, maar vervolgens heb je er geen problemen mee om met zo’n mal doorzichtig (want dan valt het minder op?) ding op je hoofd in het openbaar rond te lopen. Maar goed, ik fiets als het regent met een poncho en een pet op. Daar vindt vast ook wel iemand iets van.

Updated:

Loungepaal

De pont naar het NDSM-terrein loopt aan beide kanten schuin af. Daardoor ontstaat er een licht gehelde muur, die ik de ‘loungepaal’ noem. Deze paal tilt relaxt tegen een muur aanleunen naar een hoger niveau omdat je gesteund door de loungepaal, nog verder achterover kunt leunen dan je normaal gesproken zou kunnen doen. Toch heb ik vooralsnog alleen mannen gebruik zien maken van de loungepaal. Toeval? Of zou daar een sluitende verklaring voor kunnen zijn? Ik ben er nog niet uit.

Updated:

Rekje II

Het vervoeren van kinderen op een fietsrekje in plaats van in een zitje liet me nog niet los. Het leek me op het eerste gezicht levensgevaarlijk. Maar nadat ik er langer over nadacht, ben ik er toch anders over gaan nadenken. Want stel: je wordt als kind vervoerd op de fiets en de fiets valt. Zou ik dan liever vastgegespt zitten in een zitje, waar mijn benen, zelfs in de meest ideale omstandigheden moeilijk in en uit te krijgen zijn, of zit ik voorop, en heb ik alle vrijheid om nog van een zitje af te springen als er nood aan de man is? Dan kies ik toch voor optie twee.

Updated:

Rekje

Ik werd bij een kruispunt bijna van mijn sokken gereden toen een vrouw op de fiets een gevaarlijke inhaalmanoeuvre uithaalde.  Dat was extra gevaarlijk omdat haar kind voorop haar fiets op een rekje zat. Dus niet in een zitje, maar los op zo’n rekje waar je eigenlijk een kratje of een tas op zou kunnen vervoeren. Daarmee zit zo’n kind dus eigenlijk als een soort stormram voorop de fiets. Maar misschien ziet zij het zelf meer als een troon; ze ging er wel vanuit dat iedereen voor hen zou wijken. Wat vervolgens ook gebeurde.

Updated: